Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wil van het Europees Hof weten hoe de Europese Geneesmiddelenrichtlijn en de Europese Voedingssupplementenrichtlijn moeten worden uitgelegd

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een verwijzingsuitspraak van 25 maart 2026 zogenoemde prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie in Luxemburg. Zij wil van het Europees Hof weten hoe de Europese Geneesmiddelenrichtlijn en de Europese Voedingssupplementenrichtlijn moeten worden uitgelegd.

Boetes
Aanleiding voor de vragen zijn zes rechtszaken over boetes die de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft opgelegd aan bedrijven die online voedingssupplementen verkopen. Er is geconstateerd dat de bedrijven de voedingssupplementen online als geneesmiddelen zouden hebben gepresenteerd, zonder een vergunning te hebben voor de handel in geneesmiddelen. Daarvoor heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de bedrijven boetes opgelegd die variëren van € 7.500 tot € 255.000. De minister en de bedrijven verschillen van mening of op deze zaken de voedingssupplementenregels van toepassing zijn of de geneesmiddelenregels.

Prejudiciële vragen aan het Europese Hof
De Europese Geneesmiddelenrichtlijn bevat een zogenoemde voorrangsregel. Op grond van die regel is de Geneesmiddelenrichtlijn van toepassing als een product zowel een geneesmiddel als een ander product kan zijn. Alleen, deze voorrangsregel geldt niet als een product – kort gezegd – duidelijk een ander product is, zoals een voedingssupplement. De Afdeling bestuursrechtspraak constateert dat de scheidslijn tussen voedingssupplementen en geneesmiddelen dun lijkt en dat rechtbanken in Nederland op dit punt uiteenlopende uitspraken hebben gedaan. Ook heeft het Hof van Justitie nog geen arresten gewezen over wanneer duidelijk sprake is van een voedingssupplement. Daardoor is in deze rechtszaken onduidelijk of de geneesmiddelenregels of de voedingssupplementenregels van toepassing zijn. Daarom vraagt de Afdeling bestuursrechtspraak het Hof om hierover uitsluitsel te geven. Verder wil de Afdeling bestuursrechtspraak weten of online reviews van klanten relevant zijn bij de beoordeling of een product een geneesmiddel is, als in zo’n review een medische claim staat.

Schorsing van de behandeling
De Afdeling bestuursrechtspraak schorst de verdere behandeling van deze zes zaken in afwachting van de antwoorden van het Hof van Justitie in Luxemburg. Als het Hof uitspraak heeft gedaan, zal de Afdeling bestuursrechtspraak de behandeling van de zaken voortzetten en definitieve uitspraken in de zaken doen.

Bron: Raad van State