Hart- en vaatziekten zijn de tweede doodsoorzaak in ons land en zorgt voor de meeste ziekenhuisopnamen

Met een investering van 10,5 miljoen euro geeft de Hartstichting een krachtige impuls aan de landelijke hart- en vaatagenda. Deze agenda is een initiatief van de Hartstichting en moet het aantal hart- en vaatziekten fors verminderen. Hart- en vaatziekten zijn de tweede doodsoorzaak in ons land en zorgt voor de meeste ziekenhuisopnamen. 1,7 miljoen mensen in Nederland leven met een hart- en vaatziekte.

De Hartstichting kent deze investering toe aan zeven nieuwe onderzoeksprogramma’s waarin universitaire medische centra en universiteiten in heel Nederland samenwerken. De onderzoeken richten zich op het voorkomen, eerder opsporen en beter behandelen van hart- en vaatziekten, met als doel: minder ziekte, minder zorgdruk en een betere kwaliteit van leven voor patiënten.

Van ambitie naar uitvoering
De toekenning van de onderzoeksgelden markeert een belangrijke mijlpaal in de uitvoering van de hart- en vaatagenda, waarin de Hartstichting samen met patiënten, zorgprofessionals, onderzoekers en beleidsmakers zeven maatschappelijke uitdagingen heeft vastgesteld. Met deze investering vindt er grootschalig wetenschappelijk onderzoek plaats op álle zeven urgente thema’s van de hart- en vaatagenda: 

•    Zorg voor iedereen
•    Oog voor de verschillen
•    Kennis sneller toepassen
•    Gezonde omgeving
•    Op tijd ontdekken
•    Behandel op maat
•    Hartfalen aanpakken

Grote belangstelling en strenge selectie
De belangstelling voor de onderzoeksoproep was groot. In totaal ontving de Hartstichting 86 vooraanmeldingen, waarvan 20 voorstellen zijn uitgewerkt en ingediend. De aanvragen zijn in een uitgebreide selectieprocedure beoordeeld door internationale wetenschappelijke experts en commissieleden die specifiek aandacht hadden voor maatschappelijke relevantie en impact. Uiteindelijk zijn de zeven best beoordeelde onderzoeksprogramma’s geselecteerd. De projecten krijgen financiering voor een periode van maximaal vijf jaar.

Lees hier meer over de onderzoeken

Bron: Hartstichting