In alle umc’s is meer aandacht gekomen voor extramurale vakgebieden in de voorlichting over de geneeskundestudie
De druk op zorg en preventie buiten het ziekenhuis neemt toe. Tegelijk blijft het aantal extramurale artsen achter bij wat nodig is. UMCNL en KNMG sluiten de projectfase van Meer Extramurale Artsen af met een eindrapportage, maar de opgave zelf blijft onverminderd urgent.
Binnen Meer Extramurale Artsen (MExA)werkten achttien partijen samen aan de vraag hoe meer artsen kunnen worden opgeleid en behouden voor extramurale vakgebieden, zoals publieke gezondheid, ouderengeneeskunde, huisartsgeneeskunde, bedrijfsgeneeskunde, verzekeringsgeneeskunde en verslavingsgeneeskunde. De actieplannen bestrijken het hele opleidingscontinuüm: van geneeskundeonderwijs en loopbaanoriëntatie van basisartsen tot vervolgopleidingen, academisering, financiering, aantrekkelijkheid van het vak en rolmodellen.
MExA heeft het vraagstuk in samenhang geanalyseerd en in beweging gebracht. Er ligt nu een gedeeld beeld van de knelpunten, met aanbevelingen en afspraken over hoe de opbrengsten worden geborgd. Zo loopt de aandacht voor extramuraal werken in het geneeskundeonderwijs verder via de Onderwijscommissie Geneeskunde van UMCNL. De aandacht voor basisartsen en hun loopbaanoriëntatie sluit aan bij het traject Opleidingscontinuüm. Andere onderdelen worden opgepakt door onder meer beroepsverenigingen, vervolgopleidingen, werkgevers, SBOH, KNMG, UMCNL en betrokken ministeries.
Belangrijke stappen gezet
Menno Reijneveld, voorzitter van MExA: “Met MExA hebben veel partijen samen belangrijke stappen gezet om meer artsen kennis te laten maken met en op te leiden voor de extramurale zorg en preventie. Dat is hard nodig, want juist daar groeit de behoefte aan artsen de komende jaren sterk. Het project is afgerond, maar de opgave niet. De beweging die in gang is gezet, moeten we nu vasthouden en verder brengen in het geneeskundeonderwijs, de basisartsperiode en de vervolgopleidingen.”
Het eindrapport laat ook zien waar al concrete stappen zijn gezet. In alle umc’s is meer aandacht gekomen voor extramurale vakgebieden in de voorlichting over de geneeskundestudie. Ook zijn inzichten gebundeld over hoe basisartsen zich oriënteren op hun loopbaan en welke leerervaringen daarbij helpen. Daarnaast zijn rolmodelprofielen ontwikkeld die zichtbaar maken hoe veelzijdig extramuraal werken is. Sylvia van der Burg, hoogleraar sociale verzekeringsgeneeskunde en trekker van dit onderdeel van MExA, zegt over het belang daarvan: “Juist de zichtbaarheid van én het contact met een divers palet aan rolmodellen is nodig om studenten en artsen te inspireren. Het laat zien hoe breed en betekenisvol de eerstelijns- en sociale geneeskunde is en zorgt voor een rijker en beter beeld van extramuraal werken. Zo helpt dit jonge en ervaren artsen bij het verkennen, kiezen en verder ontwikkelen van een extramurale loopbaan, bijvoorbeeld bij de GGD, het UWV of in de ouderengeneeskunde.”
Blijf samen werken
Met MExA zijn belangrijke stappen gezet om meer artsen kennis te laten maken met en op te leiden voor de extramurale zorg. Tegelijk blijven verdere stappen nodig, zoals meer extramurale coschapplekken, goede begeleiding voor basisartsen, passende financiering van vervolgopleidingen en verdere academisering van het extramurale veld.
Met dit eindrapport eindigt het project Meer Extramurale Artsen, maar niet de inhoudelijke beweging. De tekorten aan extramurale artsen zijn niet opgelost. Daarvoor zijn blijvende inzet, gedeeld eigenaarschap en samenwerking nodig. UMCNL en KNMG roepen alle betrokken partijen op om de aanbevelingen verder te realiseren, vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid.
Lees hier de eindreportage Meer Extramurale Artsen
Bron: UMCNL
/f_650_0081.jpg)
/a_650_1231.jpg)
/H325_03c92063.jpg)
/a_650_0809.jpg)
/a_650_1798.jpg)
/G_650_295.jpg)
/a_650_0763.jpg)
/d_650_0179.jpg)
