Stoppen met medicatie bij ouderen met polyfarmacie blijkt vaak lastiger dan starten
Polyfarmacie bij ouderen is een hardnekkig probleem. Stoppen met medicatie blijkt vaak lastiger dan starten. Tien geactualiseerde kennisdocumenten over minderen en stoppen geven concretere en scherpere handvatten voor de dagelijkse praktijk.
De kernwerkgroep Polyfarmacie bij ouderen (SIR, Ephor, NHG, KNMP en NVKG) heeft de tien kennisdocumenten voor somatische medicatie uit 2020 grondig geactualiseerd. De vernieuwde documenten sluiten bovendien nauw aan op de herziene STOP-NL v2, die nu directe links naar de kennisdocumenten bevat. Inhoud en instrument verwijzen zo consequent naar elkaar.
Wat is er veranderd?
Per kennisdocument de belangrijkste wijziging:
- Alfablokkers en 5-alfareductaseremmers: 5-alfareductaseremmers wel of niet stoppen na 6–12 maanden? Alleen bij mictieklachten zónder prostaatvergroting.
- Anticoagulantia: Risicomodellen zoals CHA₂DS₂-VASc overschatten de winst van antistolling bij beperkte levensverwachting sterk. Nu expliciet in het kennisdocument.
- Orale bisfosfonaten en denosumab: Nieuw opgenomen is denosumab. Cruciaal is dat denosumab vrijwel nooit zonder nabehandeling met een bisfosfonaat wordt gestopt.
- Bloeddrukverlagende middelen: Genuanceerdere criteria op basis van diastolische en systolische bloeddruk bij kwetsbare ouderen. De aanbeveling om te stoppen bij lage systolische bloeddruk is bewust afgezwakt vanwege nieuwe studies.
- Bloedglucoseverlagende middelen: Wanneer wel en wanneer niet stoppen bij kwetsbare ouderen? Nu ook in relatie tot specifieke HbA1c-waarden.
- Calcium en vitamine D: De standaard is aangescherpt. 'Geen vitamine D-deficiëntie'" en 'veel buiten komen' zijn geen stopcriteria meer.
- Protonpompremmers: Wanneer afbouwen bij gebruik antitrombotica, SSRI's, corticosteroïden of spironolacton? Met name voor DOAC’s meer duidelijkheid wanneer wel en wanneer niet.
- Statines: Gedetailleerder stappenplan bij spierklachten, zodat ook statine-gerelateerde spierklachten beter herkend worden en er altijd eerst een proefstop toegepast wordt.
- Trombocytenaggregatieremmers : Na percutane coronaire interventie (PCI) of bij combinatie met anticoagulantia is er een duidelijker beleid over P2Y12-remmers en acetylsalicylzuur. Drievoudige therapie zo kort mogelijk, meestal al na 1 week acetylsalicylzuur staken.
- Urologische spasmolytica: Nieuw is dat naast muscarine-antagonisten nu ook een stopadvies voor bèta-3-agonisten geldt.
Aan de slag?
De geactualiseerde kennisdocumenten bieden handvatten om oudere patiënten met polyfarmacie passende zorg op maat te verlenen. Raadpleeg de documenten via de KNMP-pagina Polyfarmacie bij Ouderen of vanaf 1 juni via de KNMP Kennisbank en pas ze toe in de dagelijkse praktijk.
Bron: KNMP
/a_650_1798.jpg)
/G_650_165.jpg)
/a_650_1785.jpg)
/a_650_1339.jpg)
/G_650_295.jpg)
/a_650_0763.jpg)
/d_650_0179.jpg)
/H325_03c92063.jpg)
